Indian Pacific naar Perth en met de auto langs west- en oostkust AustraliŽ

Door Ben Giesen. e-mail: bgiesen@caiway.nl

 

maart 2000

 

duikvakanties††††† fietsvakanties

 

 

 

AustraliŽ, Indian Pacific, west- en oostkust

 

 

Adelaide

 

Van het vliegveld van Adelaide nemen we een taxi naar het station. Daar checken we in voor de treinreis met de Indian Pacific naar Perth. De handbagage geven we af, want we willen Adelaide in. Deze week is er een festival met straatartiesten, die optreden in Rundle Mall, een voor verkeer afgesloten winkelstraat. We zien muzikanten, goochelaars, jongleurs, standbeelden e.d. Het geeft een gezellige en ontspannen sfeer.

Volgens het rolpatroon kopen Truus en Gerda kleding. Jan en ik wachten op een bankje en kijken naar de mensen die langs lopen. Op aandringen van Truus koop ik ook kleding en ondergoed. Nu we niet meer fietsen heb ik de hele dag gewone kleding aan en daardoor meer nodig. In een supermarkt kopen we brood, fruit en drinken voor de lange treinreis. Dan zien we een superaanbieding van kampeerstoelen. We twijfelen of we ze wel/niet moeten kopen. Jan ziet het nut er niet van in, maar we doen het toch. Ze zijn goedkoop, zitten lekker, lichtgewicht en we hoeven er niet veel mee te slepen. Bovendien hoeven we daar in Perth dan niet meer achteraan.

In de trein hebben we 2-persoons cabines met twee stoelen, wasbak, tafeltje en kastje. De stoelen kun je ombouwen tot een stapelbed. Alles is krap en klein, maar de stoelen zitten comfortabel. In de restauratie is de menukeuze beperkt, maar het smaakt prima. Bij vertrek genieten we van de mooie zonsondergang, maar al snel wordt het donker buiten. Morgen worden we in de woestijn wakker!

 

 

Indian Pacific

 

Door het geschommel en lawaai van de trein heb ik een slechte nachtrust. Voorzichtig doe ik het gordijn open en verwacht een dorre, droge zandvlakte te zien, de woestijn. Dat valt mee of beter gezegd tegen, overal struiken, groen gras en plassen water. De laatste weken heeft het hier veel geregend.

In het woestijnstadje Cook stappen we even uit en strekken de benen. Hier wonen permanent drie mensen (een echtpaar met kind) en regelmatig overnacht er spoorwegpersoneel. Hiervoor staan een aantal huizen, maar als we er langs lopen zien we dat ze allemaal leeg zijn. Het winkeltje verkoopt versnaperingen. Wij hebben niet veel nodig, want we hebben goed ingeslagen in Adelaide.

Met Jan en Gerda gaan we in de dagruimte zitten. Hier kun je koffie en thee pakken en er is een aparte ruimte om te roken. Door de glazen wand zie ik de blauwe walm hangen. Jan en Truus roken er af en toe een sigaret. Verder kletsen we, lezen, maken plannen voor West-AustraliŽ en kijken naar buiten. Het landschap verandert niet veel en glijdt eentonig langs ons heen. Hoogtepunten zijn een kangoeroe en een emoe. Ergens voel ik me bekocht. Maak ik een reis door de woestijn en dan is die groen.

 

In Kalgoorlie stopt de trein drie uur en dat geeft ons de gelegenheid het stadje in te lopen. In het donker lopen we langs de gesloten winkels en eigenlijk is er, behalve de schreeuwende reclame niet veel te zien. Al snel houden we het voor gezien en drinken bij de Italiaan op het terras cappuccino. We willen er een Tia Maria bij, maar alcohol mag niet buiten geserveerd worden. Bovendien hebben ze geen Tia, dus heeft het geen zin om binnen te zitten. Regelmatig komen er klanten naar buiten lopen, want binnen mag je niet roken. En ik maar denken dat AustraliŽ een land is met weinig regels en veel persoonlijke vrijheid. Niet dat ik er last van heb, want ik rook niet.

Ruim voor vertrek zijn we bij de trein en nemen een borrel voor het slapen.

 

 

Indian Pacific naar Perth

 

Uitgerust word ik 's morgens wakker. We nemen een taxi van het station naar de luchthaven. Bij Hertz halen we de auto op. Het is een grote Ford Falcon station met genoeg ruimte voor onze bagage. Terug in de stad parkeren we bij het station, want dat ligt in het centrum en bij het T.I.

De koopwoede slaat toe en de eerste souvenirs worden gekocht. In een internetcafť mailen we en Jan koopt een brander om te koken. Hij vindt een gasbrander met ontsteking en afgeschermde vlam erg mooi. De techniek spreekt hem aan.

In Karryup, een voorstad van Perth, zit een mooie, rustige camping aan een meertje. Jan zet meteen koffie op de brander en met een pan die we van de camping krijgen kunnen we meteen op twee pitten koken. Jan en ik slaan nog even drank in bij een winkelcentrum en daarna genieten we van de rust en de zwoele zomeravond. Alleen jammer dat het zo vroeg donker wordt.

 

 

Cervantes

 

Op tijd rijden we 's ochtends weg en vragen de weg naar een groot winkelcentrum. Alles in de buurt zit dicht ivm labourday, dus rijden we gewoon weg.

Onderweg komen we langs een overdekte markt die open is en daar kopen we glazen, schaaltjes, vergiet, slabak enz. Het is allemaal van inferieure kwaliteit, maar goedkoop en het hoeft maar drie weken mee. Al snel wordt het druk, want iedereen wil wat doen op z'n vrije dag en we rijden verder.

De snelweg naar het noorden wordt een gewone tweebaans weg. Het landschap is droog en bruin en lijkt meer op de woestijn dan de woestijn. Bij bomen met grote oranje bollen stoppen we en zien dat de bloemen onder de mieren zitten. Die zijn uit op de nectar. Drie emoes verlevendigen het landschap.

Op de camping in Cervantes zitten we onder een van de weinige bomen in de schaduw. Zo dadelijk zetten we hier onze tenten neer. Een camper komt aanscheuren en wil op onze plek staan. Beleefd, vriendelijk en dringend zeggen we tegen de twee mannen dat wij hier staan. Kwaad rijden ze over de hoed van Jan naar de overkant van de weg. Jan is tevreden, want nu ziet zijn hoed er niet nieuw meer uit. Later verkast de camper naar een andere plek. Jan zegt dat het IsraŽliŽrs zijn en dat hij tegen ze heeft gezegd dat hij het gas aanzet. Vrolijk klikt hij zijn brander aan.

De camping zit aan de kust en we zwemmen in het heerlijke, koele water. Daarna BBQ-en we op een grote ijzeren bakplaat waar ik een houtvuur onder stook.

 

 

Kalbarri

 

Om halfzes is het nog donker. Jan klikt tevreden met zijn brander en zorgt voor koffie. Even later gaan we in de schemer op weg naar Pinnacles Desert. De weg zit vol kuilen, zodat we voorzichtig rijden. De zandvlakte staat vol pilaren, van enkele centimeters tot 5 meter hoog. Regen en wind slijten de zandsteenblokken af en vormen grillige, kleurrijke figuren. In de vroege ochtend zijn we de eerste bezoekers en genieten van de opkomende zon en de stilte. Terwijl we de pilaren bewonderen en foto's maken concentreren alle vliegen zich op ons. Voortdurend wuiven we ze weg (the Australian salute), maar dat helpt niet. Het zachte ochtendlicht is geschikt om in te fotograferen en heeft als voordeel dat het nog niet warm is.

Op de terugweg zien we vijf wilde kangoeroes. Ze kijken alert om zich heen en met krachtige sprongen vliegt hun gespierde lichaam door de lucht en over het struikgewas. Het is een schril kontrast met de sullige exemplaren in de dierentuin.

Op de camping vertrekken we na een uitgebreid ontbijt en rijden verder naar het noorden. Veel auto's met een boot erachter komen ons tegemoet. Brengen mensen hun boot in veiligheid voor cycloon Steve?

Geraldton is voorlopig de laatste, grote stad, zodat we er boodschappen doen. Naast eten kopen we een lamp voor op de autoaccu en een koelbox.

Het duurt langer dan gepland en in de schaduw van palmen lunchen we bij zee. Het is de laatste dagen warm met temperaturen van rond de 40 graden, zelfs in de auto met airco voel je dat.

Op de kaart zien we dat het nog ruim 400 km naar Shark Bay is. Dat vinden we te ver en besluiten naar Kalbarri te gaan. Dan zijn we bijtijds op de camping en kunnen we informeren naar de vorderingen van cycloon Steve. Tot nu toe hebben we daar niets van gemerkt. In de auto vervangt Jan het snoer van de lamp, maar die kan daar niet tegen. Door de veranderde weerstand brandt er wat door. Geen probleem, want Jan verwijderd wat onderdelen en dan doet hij het weer. Zoiets moet je in je vingers hebben.

In Kalbarri rijden we naar de camping bij Red Bluff. Ondanks de schaduw van de bomen is hij vies, warm, stoffig en vol vliegen. Hij zit ook ver van het dorp, zodat we terug rijden. De camping in het centrum is schoon, rustig en met groen gras. Op de BBQ maakt Jan een heerlijke maaltijd klaar. Bij het T.I. kunnen ze ons niet veel info geven over de baan van Steve. Hij komt onze kant op of buigt bij Exmouth af.

's Nachts koelt het af tot 29 graden. Jan en Gerda slapen dan ook buiten.

 

 

Kalbarri, nationaal park

 

's Ochtends besluiten we om hier een dag te blijven. Dan hebben we meer tijd om de vorderingen van Steve in te schatten en te kijken naar de gevolgen voor onze plannen. Om acht uur worden de pelikanen gevoerd, maar als we ons, samen met andere toeristen, verzamelen horen we dat er geen pelikanen komen. Die zijn er in deze tijd van het jaar niet. Dan gaan we maar naar het nationale park.

Over een stoffige gravelweg met veel los zand rijden we voorzichtig het park in en rijden naar The Loop. De rivier heeft een diep ravijn uitgesleten en van boven hebben we een weids uitzicht. De rotsen met hun ronde, grillige vormen zijn verweerd door weer en wind. Op de punt is een deel verzakt en hierdoor is er een opening (window) in de rots gevormd. Ik klim er door heen, ga even zitten en geniet van de rust.

Bij Two-Bendhebben we uitzicht op een grote slinger van de rivier. Je kunt hier lange wandelingen maken, maar daar hebben we gezien de warmte en harde wind geen zin in. Als er iets gebeurd zitten we ver van alle hulp.

Terug op de camping meldt Truus dat ze vannacht niet in de tent wil slapen. Er staat een harde wind, het gaat regenen en Steve is in aantocht. Ik informeer op de camping naar een cabin en lig met de vrouw in de clinch dat ze het kampeergeld niet af wil trekken van de huur van de cabin. Mij lijkt dat redelijk. Zij vindt dat als Truus bang is om in de tent te slapen, ze daar dan maar voor moet betalen. Jan is laconiek. We hebben niet veel keus, dus betalen we gewoon. Allerlei bedenkingen en overwegingen verder is nutteloze informatie en moet je volgens hem gewoon weggooien. Later bij het afrekenen maken ze een rekenfout en hebben we nog bijna alle kampeergeld terug. En natuurlijk zeg ik niet dat ze zich vergissen. Net voor het begint te regenen verkassen we naar de cabin.

We hebben nu een televisie en volgen de vorderingen van Steve. Hij begon ooit in Queensland en is langs de noordkust hierheen gekomen. Onderweg is hij al drie keer afgeschreven, maar steeds nam hij weer in kracht toe. Hij brengt overal veel regen, soms 20cm binnen 24 uur. Hierdoor zijn veel wegen in het noorden overstroomt en onbegaanbaar.

Voor Kalbarri en omgeving verwachten ze de aankomende dagen veel regen.

 

 

Kalbarri

 

Truus en ik lopen 's ochtends naar het winkelcentrum om te e-mailen. We vragen aan een politieagent hoe de situatie volgens hem is. Hij raadt ons aan om de aankomende 3-4 dagen niet naar het noorden te gaan. We krijgen dan te maken met veel regen en overstromingen. In een plaats is de laatste 48 uur 40cm water gevallen. We kunnen beter hier wachten tot de situatie veilig is.

We overleggen met z'n vieren wat we moeten doen. De aankomende dagen zitten we hier vast, de wegen in het noorden zijn vooral in de parken slecht en van duiken op het Ningaloo Reef zal ook niet veel komen door de wind. Bovendien zal het zicht slecht zijn. Daarna moeten we doorrijden naar Darwin om op tijd te zijn voor de terugvlucht.

Het alternatief is om terug te rijden naar Perth, vandaar naar Brisbane te vliegen en dan met een auto naar Cairns te gaan. Dan duiken we op het Great Barrier Reef. We besluiten dat te doen, ook al kost het extra geld.

We boeken de vliegreis Perth-Brisbane voor zaterdag, regelen dat we de auto in kunnen leveren en mailen alle veranderingen naar Wereldcontact.

's Avonds volgen we het weer op TV en de voorspellingen blijven slecht. We hebben de goede keus gemaakt!

 

Perth

 

In de regen rijden we 's ochtends de camping af. Volgens de berichten hebben we richting Perth geen last van het weer. De weg naar de hoofdweg staat al op enkele plaatsen onder water en we hebben het gevoel dat we net op tijd vertrekken. De rit naar Perth verloopt vlug en er is weinig verkeer. Tot Geraldton hebben we in 160 km drie tegenliggers.

In Perth is het lekker weer en in het zonnetje drinken we buiten het huisje een pilsje. Truus heeft nog tijd om even naar de kapper te gaan.

 

 

Brisbane

 

Bij het vliegveld leveren we de auto in. Ze geven ons geen voucher voor de resterende periode aan de oostkust, maar volgens hen krijgen we het geld terug van het reisbureau. Ik moet zelf naar Brisbane bellen om daar een auto te huren. Hertz en Avis hebben niets, maar National gelukkig wel. Truus probeert de vlucht met haar creditcard te betalen, maar die zit al boven de limiet. Jan en ik betalen nu ieder de helft.

Het inchecken gaat snel. Ze letten niet op het gewicht zodat we de stoelen en de koelbox meenemen. We hadden ze achter gelaten als we bij hadden moeten betalen. We halen nog even onze e-mail op en er zit al een antwoord van Wereldcontact bij.

Met wat turbulentie vliegen we naar Melbourne waar we overstappen naar Brisbane. Ondertussen hebben we nog de tijd om onze tickets van Darwin om te zetten naar Cairns. Daar zijn geen extra kosten aan verbonden. Met de tickets van Jan en Gerda kan dat niet. Die moeten een aparte vlucht van Cairns naar Darwin boeken.

 

Om hal negen landen we in Brisbane en gaan snel op zoek naar het verhuurbedrijf. Het meisje staat metde rug naar ons toe en voert volgens mij een privť-gesprek aan de telefoon. Ze schrikt als ze ons hoort en krijgt spontaan de hik en begint te boeren. Het rode hoofd past bij de situatie.

Als ik wil betalen weigert m'n creditcard. Ook al over de limiet. Die van Jan werkt ook niet meer! We stellen voor om cash te betalen, maar dat mag niet. Met ons creditcardnummer hebben ze meteen een mogelijkheid om eventuele schades te verhalen. Truus heeft nog een reserve creditcard en die doet het gelukkig wel. Zo rijden we even later vrolijk weg in de Holden, die veel lijkt op de Falcon aan de westkust.

We zoeken een hotel op, waar we twee ruime appartementen krijgen.

 

 

Noosa Heads

 

Door een groene, tropische omgeving rijden we langs Glass House Mountains naar het noorden. Onze kaart is niet gedetailleerd, zodat we een verkeerde afslag nemen. Over een rustige weg rijden we het binnenland in. Overal staan borden die waarschuwen voor overstromingen en Jan vindt dat we hem daarvoor hadden moeten waarschuwen. Gelukkig is het droog en de temperatuur aangenaam.

Over drukke wegen rijden we naar Noosa Heads en daar is het ook druk door een surffestival. Veel accommodatie is bezet, maar uiteindelijk vinden we een huisje. Het is ruim, twee slaapkamers, huiskamer/keuken en zwembad.

Na het eten maken we de balans op, want het geld gaat even erg hard.

Bij het T.I. boeken we een excursie naar Frasier Island, de grootste zandbank ter wereld. Op het hele eiland zoek je vergeefs naar rotsen en klei.

 

 

Frasier Island

 

Om halfzeven haalt Jeff ons met een grote bus op. We zijn de eersten en ik ga naast hem zitten. Dan heb ik op slechte wegen minder last van wagenziekte. Nadat iedereen opgehaald is steken we met de pont de Noosa River over en rijden naar het strand. Daar rijden we met twee bussen eindeloos over de zandvlakte, vlak langs de golven waar de grond vast is.

Onderweg komen we langs een wrak op het strand en Coloured Sands. Dit zijn duinen waarvan het zand gekleurd is in de tinten geel, bruin en rood. Het beste zie je dit bij Red Canyon waar we stoppen. Jeff geeft ons tien minuten om in de kloof te kijken en we mogen niet helemaal naar boven. Dat duurt te lang. Met zijn allen, ca. veertig mensen, bewonderen we de kleuren en stappen in.

Over het ontstaan van Coloured Sands zijn verschillende verhalen in omloop. Een verhaalt van een meisje dat verliefd is op een jongen, Rainbow Warrior, van een andere stam. Zij wordt echter door haar ouders uitgehuwelijkt aan een oudere krijger, Boemerang. Op het strand maken de twee geliefden een laatste afspraak, maar Boemerang volgt hen. Als hij ze samen ziet, gooit hij zijn boemerang naar het meisje. Rainbow springt ertussen en door de kracht van de worp spat hij uit elkaar. Het blauw naar de lucht, het groen naar de zee en het rood in de duinen.

Jeff zegt dat we niet verder kunnen langs het strand. Het is vloed en dan is de rijstrook te smal. Verderop steken er rotsen het strand op en daar kan hij bij hoog water niet langs. Daarom nemen we een weg door het binnenland. Door het bos rijden we de twintig kilometer naar River Beach. De smalle, zandweg vraagt het uiterste van de stuurmanskunst van Jeff en het stukje kost anderhalf uur.

Eindelijk mogen we er weer uit en drinken in een park koffie met een koekje. Al snel klappen Jeff en de andere chauffeur in hun handen. Het teken dat we de bus in moeten. Iedereen is er al aan gewend dat wij met zijn vieren de laatste zijn. Als Jeff start geeft de motor geen geluid. Gelukkig staan we op een heuvel, zodat hij zonder veel inspanning aan te duwen is.

De veerboot naar Fraser Island heeft weinig diepgang en meert aan op het strand. Over lange metalen platen rijden we het dek op.

Aan de overkant lopen dingo's op het strand. Ze komen af op de toeristen die hen voeren. Dit gebeurt ondanks alle waarschuwingen. Probleem is dat de dingo's hun schuwheid voor mensen kwijt raken en in hun jacht op voedsel wel eens iemand bijten. Met alle negatieve publiciteit die dan in de krant komt te staan. Door het voeren sterven er ook dieren. Teven komen hier met hun kroost in het toeristenseizoen makkelijk aan hun kostje. Hierdoor leren ze niet te jagen en als de toeristen weg blijven gaan de jongen dood van de honger (en dat is ook het moment dat de meeste mensen gebeten worden!)

De bus komt vast te zitten in het zand, maar uiteindelijk weet Jeff hem er uit te krijgen en vervolgen we onze eindeloze tocht langs het strand.

We verwachten dat we bij het Eurong Beach Resort uit de bus mogen, maar dat geldt niet voor de mensen met een tweedaagse excursie. Wij rijden meteen door naar Lake McKenzie. We willen niets missen en gaan mee. Over de zandwegen rijden we naar het zoetwater meer in het midden van het eiland. Daar krijgen we 50 minuten om te zwemmen. Iedereen stormt het strand op en Jan duikt met kleren en al in het koele water. Zijn hoed komt goed door de test, want zijn haren blijven droog. Uit het water trekt hij zijn kleding uit en zoekt dan naar zijn zwembroek. Dit staat in schril kontrast met veel anderen die zich eerst hullen in handdoeken voor ze iets aan en uit trekken. Het water is helder en moeiteloos zie ik zonder bril mijn voeten als ik kopje onder ga.

In een boom hangt in een web de grote golden orb, een spin met gele bandjes om de knieŽn. Als laatste stappen we in op weg naar Central Station waar we een wandeling maken langs een creek. Het water stroomt doodstil doordat er geen stenen in de bedding liggen. Soms zie je hier slangen, maar vandaag niet.

Eindelijk rijden we voor de lunch terug naar het resort. Het is dan al halfdrie en we hebben honger. We krijgen een bord met een broodje en slaatje in de handen en sluiten aan in de rij. Bij het buffet krijgen we nog macaroni, gebakken vis en ham. Daarna mogen we zoveel bij halen als we willen.

Veel tijd om te eten krijgen we niet, want om drie uur vertrekken we naar Lake Wabby. Na een rit van tien minuten over het strand stoppen we en lopen ruim een half uur door de stuifzandduinen naar het meer. Onderweg staan veel "bosbessenstruiken" met witte bessen en palmen met oranje vruchten. Van die laatste maken aboriginals koekjes die ze in stromend water hangen om het gif uit te spoelen. Op het moment dat vissen er van gaan eten zijn ze goed. Bij het meer krijgen we een uur om te zwemmen, zonnen, rusten. Ook dit water is helder en er zitten veel kleine visjes in het water.

 

Terug van Lake Wabby krijgen we eindelijk onze ruime kamers met terras. Het is prima verzorgd en we drinken een koel pilsje voor het eten. Het diner in het drukke restaurant is redelijk van kwaliteit. Bovendien hebben we honger. Iedereen wordt uitgenodigd om 's avonds mee te doen met karaoke, maar dat is aan ons niet besteedt. Wij genieten op ons terras van een borrel en drie wilde dingo's die tussen de gebouwen lopen.

Noosa Heads

 

Na het ontbijt stappen we om halfnegen weer in de bus en rijden langs het strand naar het noorden. Het wrak van de Maheno op het strand is al behoorlijk aangetast door roest. De golven spoelen over de resten. We zien het bovenste dek, maar er liggen nog drie verdiepingen onder het zand. De volgende stop is de Pinnacles, zandduinen met coloured sand, maar veel minder mooi dan gisteren.

Op de terugweg zwemmen we bij Eli Creek. Met alle anderen lopen we een stukje landinwaarts en springen daar in de stromende beek. Jan test de sprongbestendigheid van zijn hoed en die is ook goed. Daarna drijven we mee naar het meertje aan de kust. De beek is ondiep en soms moeten we op handen en voeten "kleunen".

Met de lunch zijn we terug in het resort en daarna hebben we tijd om ons te ontspannen bij het zwembad, de krant te lezen en naar mensen te kijken. Een meisje is gisteravond enthousiast het zwembad ingedoken en realiseerde zich niet dat het daar 30cm diep was. Met een grote schaafwond op haar kin is ze er goed vanaf gekomen.

Om halfdrie stappen we bij Jeff in de bus voor de lange terugrit. Het is weer hoogwater, maar dat levert geen grote problemen op. Soms telt Jeff de golven en bij een korte golf rijdt hij over de smalle stukken. Ik "rij mee" en schat steeds vaker goed in wanneer hij wacht of gas geeft.

Nadat we het eiland met de pont verlaten, rijden we over asfaltwegen naar Noosa Heads. Jeff vertelt dat twee auto's vast zitten bij de rotsen die hij gisteren vermeed en ze staan nu onder water. Om halfacht zijn we terug bij ons appartement.

Deze twee dagen hebben we veel over het strand gereden en gezwommen. De eindeloosheid, de natuur, de rust en de ontspannen sfeer zijn dat waard.

 

 

Mon Repos

 

Via Tin Can bay rijden we over binnenwegen naar het noorden. Deels dezelfde weg die we gisteren reden vanaf Frasier Island.

In Bundaberg informeren we bij het T.I. naar een camping, eten in het park en bezoeken de rumdistilleerderij. Na het zien van een video lopen we met een gids over het fabrieksterrein. Grote bassins zijn gevuld met melasse, het restproduct van de suikerriet industrie. De suiker in de melasse dient als grondstof voor het gistingsproces. Het bubbelt en schuimt in grote vaten en als je de damp opsnuift is het net of je een klap krijgt. Dat schijnt door het koolzuur dat vrijkomt te komen. In distilleerketels halen ze de alcohol eruit. Qua geur en smaak is het bocht. Het rijpen in grote houten vaten verbetert dat. Daarna wordt het met karamel op kleur gebracht. Uit de rijpingsvaten komt alcoholdamp vrij (the angel's share) en daarom mag daar niet gefotografeerd worden. Terug in het bezoekerscentrum proeven we en natuurlijk kopen we een fles.

 

De camping van Mon Repos zit naast het strand en we hebben een mooi uitzicht op de zee. We eten vroeg, want om halfzeven gaan we richting Turtle Sands, het bezoekerscentrum. Mon Repos is wereldberoemd door de schildpadden die hier van november tot maart op het strand eieren leggen. Vanaf half januari komen de eieren uit en zoeken de jongen een veilig heenkomen in zee. Op dit moment komen vooral de eieren uit. Een paar jaar geleden zijn Truus en ik hier ook geweest en hebben toen gezien hoe een schildpad eieren legde.

We zijn niet de eersten die komen en mensen verdringen zich bij de ingang. Wie in de eerste groep zit, mag ook het eerst het strand op als er iets gebeurt. Een ranger vertelt dat niemand zich hoeft te haasten want we zitten allemaal in groep 1. Een groep bestaat uit zeventig mensen.

We kijken naar de tentoonstelling en om halfacht begint een dia voorstelling. Een ranger licht het toe. Dit alles om ons tijdens het wachten bezig te houden.

Om halfnegen krijgen we het teken dat we het strand op mogen. Drie rangers bewaken het nest en hebben er, om de uitkomst nog even uit te stellen, extra zand opgegooid en afgedekt met een emmer. De jongen komen altijd 's avonds uit het nest, want dan zijn er minder rovers (vogels) en is hun overlevingskans groter. Het sein voor hen om zich uit te graven is de daling van de temperatuur van het zand, nadat de zon ondergegaan is. Het gaat wel eens mis op dagen dat de zon plotseling achter een dik wolkendek verdwijnt.

In een grote kring zien we de schildpadden uit het zand omhoog kruipen. Met een zaklamp laat de ranger zien dat ze op licht afgaan. Normaal is dit richting zee. De schildpadjes stoppen ze na tellen in de emmer. Op het eind halen ze het hele nest leeg en tellen de niet uitgekomen eieren en dode jongen.

Nadat ze twee lijnen richting zee getrokken hebben zeggen ze dat we daar achter moeten gaat staan. Dan hebben de schildpadden een veilig ruim baan naar zee. Om ze de goede richting in te laten slaan mogen een aantal van ons ze met een zaklamp de richting wijzen. Als ik daar sta komen de ruim honderd kleine schildpadden naar me toe lopen en gaan langs en onder me door. Een fantastisch gezicht. Ook de laatste achterblijver gids ik de weg naar zee.

Terwijl we van de schildpadden genieten zakt iemand in elkaar. Hij kan niet meer lopen en de oorzaak is onduidelijk. De rangers regelen een ambulance.

Het pad terug naar de camping is gemarkeerd met knipperende lichtjes en overal schieten de krabben weg. Als ik met mijn zaklamp rondschijn kijkt een grote pad me verdwaasd aan.

 

 

Yeppoon

 

Vandaag rijden we een eind naar Rockhampton. Daar bezoeken we Dreamtime Cultural Centre, het museum dat een overzicht geeft van de aboriginal cultuur.

Truus heeft het al gezien en wacht buiten in de zon, terwijl Gerda, Jan en ik naar binnen gaan. Het programma is grotendeels hetzelfde als een paar jaar geleden. We zien geneeskrachtige kruiden, gebruiksvoorwerpen, wapens en natuurlijk ontbreken boemerang gooien en de didgeridoo niet.

Bij Yeppoon aan de kust zitten campings en daar zoeken we een plek. Gerda hangt wasgoed aan de lijn dat de volgende ochtend verdwenen is. Volgens de campingbeheerder door het proletarisch winkelen van aboriginals. 's Avonds wandelen we in het donker over het strand en overal schieten de krabben weg. Er liggen ook veel schilden van sepia's.

 

 

Finch Hatton

 

Vandaag rijden we het eenzame, lange stuk naar Mackay. Op de fiets was het ver, maar met de auto leggen we de afstand vlug af. De natuur is nu ook niet droog en dor, maar weelderig groen. In Sarina doen we boodschappen en rijden daarna over een leuke, smalle binnenweg met veel bochten. Het suikerriet groeit hard en beperkt ons uitzicht.

We willen de gorge in rijden, maar stuiten op een overstroming. De rivier is bruin gekleurd door de modder. Met een 4-wheel kun je er door heen, maar niet met onze auto.

Om het Eungella State Park te bereiken moeten we eindeloos tegen een steile helling op. Door de hoge luchtvochtigheid rijden we al snel in flarden mist. De camping van Broken River met plaatsen in het bos, is een grote modderpoel. De huisjes ernaast zijn erg duur en daarom besluiten we naar beneden te rijden. De kans dat we bij de rivier een vogelbekdier zien is sowieso klein.

De camping in Finch Hatton is weelderig groen en we zoeken een rustige plaats naast de keuken. Truus en Gerda duiken het zwembad in, terwijl Jan en ik ijsjes halen bij Ronnie, de cafetaria. Tevens winkel voor tweedehands meubelen. De camping trekt veel vogels aan en er hangt een lijst met soorten die hier de afgelopen jaren gezien zijn.

 

 

Airlie Beach

 

In de regen vertrekken we over een leuke binnenweg via Mt. Ossa naar Airlie Beach. De omgeving is groen en minder verlaten dan verwacht.

We stoppen bij het Wildlife Park van de Barefoot Bushman. Hij gaat met de dieren om alsof ze niet gevaarlijk zijn en geeft zijn mening over dieren, gedrag, instinct en agressie.

Hij stapt bij de zeer giftige taipan slangen in de kooi, pakt ze op en voert ze dode ratten. In hem zien ze geen prooi, zolang hij ze niet bedreigt. Dit betekent niet dat we hem na moeten doen!

Bij de krokodillen laat hij hun kaken op elkaar klappen, maar ze ook voorzichtig een stukje kip uit z'n hand eten. Daarna zit hij boven op ze en vertelt dat je dat alleen bij grote krokodillen kunt doen. De kleine draaien zich om en pakken je met een beet vast. Zoals hij met ze omgaat en met een stokje tegen hun kaken tikt lijkt het zonder gevaar. Maar zijn lidtekens bewijzen het tegendeel. Volgens hem is echter het rijden in een auto gevaarlijker.

We lopen door de verblijven van schemerdieren en mogen daar gewoon fotograferen met flitst. Als het in de natuur onweert raken de beesten ook niet overstuur van bliksem. Heerlijk zulke opvattingen.

Iedereen mag jonge dieren als slangen, possum, koala, kangoeroe en hagedissen even vasthouden en aanraken. Een slang rond je nek doet het altijd goed op de foto.

Bij het T.I. van Airlie Beach informeren we naar duiken. De tochten naar het Great Barrier Reef kosten A$150,- voor 2 duiken. Cruises zijn in verhouding veel goedkoper, maar ik kan slecht tegen varen? Wat doen we? De anderen leggen het besluit bij mij neer en ik waag het er op. In het ergste geval ben ik drie dagen/nachten ziek.

We boeken meteen voor dezelfde avond, gaan e-mailen, doen boodschappen en melden ons om vijf uur bij het duikcentrum voor de spullen. Het gesprek van Gerda met Darren is vermakelijk. Op zijn vraag of ze een shorty heeft zegt Gerda nee. Darren vraagt of ze er een wil huren en weer zegt Gerda nee. Darren denkt dat ze hem niet begrijpt en vraagt het opnieuw. Gerda zegt dat ze in een T-shirt duikt en Darren schudt vol ongeloof zijn hoofd. Dat kan echt niet. Als Gerda voet bij stuk houdt, zegt hij niet verantwoordelijk te zijn als ze door de kou niet kan duiken.

Onze auto met kampeerspullen laten we achter bij het duikcentrum en met een busje rijden we terug naar Airlie Beach. Bij de drogist sla ik een voorraad reistabletten in. Met gember waar ik niet duf van word ivm het duiken en een stel waar ik wel slaperig van word. Die zijn voor de nacht en als ik me erg ziek voel.

De bemanning bestaat uit Andrew (schipper), Cassie (kokkin), Darren (duikinstructeur) en de divemasters Gary en Thierry. Tijdens de briefing worden de kamers verdeeld en wij melden snel dat we om 2-persoons hutten gevraagd hebben en krijgen die ook. Truus vindt het geen moment om bescheiden te zijn. Jan en Gerda slapen in een hut aan dek en laten 's nachts de deur open. Truus en ik slapen beneden, maar de airco zorgt er voor dat het koel en fris blijft.

Andrew heeft ondertussen de motor gestart en we varen naar Whitehaven Bay. Daar overnachten we in de beschutting van het eiland om morgenvroeg naar het rif te varen. In het donker zit ik aan dek en kijk naar de lichtjes van Airlie Beach. Als we om elf uur het anker uitgooien zoek ik mijn bed op en val meteen in slaap.

 

Great Barrier Reef

 

Om halfvijf word ik wakker en als om zes uur de boot gaat varen sta ik op. Jan zit al aan dek en we regelen koffie en koekjes bij Cassie. Eigenlijk is het te vroeg, maar omdat ik wat in mijn maag moet hebben mag het. De tocht naar Bait Reef verloopt rustig. De boot is niet snel, maar vaart stabiel. Mijn vaste plek wordt de bank op het achterdek waar ik mijn blik richt op de horizon.

De eerste duik is bij een paar koraalblokken (bomby's). Het zicht is slecht en behalve een white-tip en een paar wimpelvissen zien we niets spectaculairs.

De tweede duik worden we weggebracht en opgehaald met een bootje. Het is een stroomduik met slecht zicht en uiteindelijk belanden we bij de koraalblokken van de eerste duik.

De cursisten (met ook een paar Nederlandse jongeren) doen ondertussen hun oefeningen in het water.

Op Line Reef, vlakbij het platform van Fantasea, maken we de derde duik. Het zicht is beter en bij een ontspannen stroomduik zien we batfish en zakpijpen die op een hart lijken.

Met de nachtduik staat veel stroming en Darren zegt dat hij ons ruim voor het rif afzet, zodat we tijd genoeg hebben om af te dalen. De stroming drukt ons dan vanzelf tegen het rif aan. In het donker is zijn oriŽntatie niet goed, want we zitten meteen boven op het rif en ternauwernood voorkomen we dat we er over heen spoelen. Dat is gevaarlijk, want met alle riffen is het bijna onmogelijk om je in het donker op te pikken en de sterke stroming voert je meteen kilometers mee. Het zicht is weer slecht, maar we zien wel een leopard haai.

Met mijn zeeziekte gaat het goed en eigenlijk heb ik er geen last van. Mirjam, een van de cursisten, is wel ziek en slaat het duiken vandaag over.

 

 

Great Barrier Reef

 

De stroming staat 's ochtends pal op het rif en weer worden we boven op het rif afgezet. Door de sterke stroming komen we amper van onze plaats en het zicht blijft slecht. Dat komt nog door cycloon Steve, die in deze buurt ontstaan is.

Zes cursisten dalen met een instructeur af. Even later brengt hij er een terug, want die voelt zich niet goed. De anderen laat hij ondertussen alleen beneden. Wij schudden ons wijze hoofd, want een van de divemasters had mee moeten gaan!

De middagduik bij Hardy Reef is een rustige, ontspannen stroomduik en daardoor leuk. Daarna varen we terug naar Bait Reef waar we weer te water gaan. Jan en Truus zijn onderwater beiden eigenwijs. Al verschillende keren zijn we elkaar kwijt geraakt en ook dit keer zwemmen ze zonder omkijken een kant op. Gerda en ik schudden ons hoofd en volgen ieder onze buddy. De nachtduik maken we op een beschutte plek. Het is een leuke duik met redelijk goed zicht en we zien een paar grote travallies. Jan worden we weer kwijt, maar dit keer zwemt achter een verkeerde lamp aan. Als hij zijn vergissing merkt, komt hij vlug terug.

Aan boord is het vooral duiken en eten. Tussendoor zit ik op mijn vaste stek en houd de horizon in de het oog. Door de rustige zee heb ik nog steeds geen last van zeeziekte.

 

Airlie Beach

 

Na de ochtend duik varen we terug naar Heron Island om bij Mantaray Bay te duiken. Het zicht is waardeloos en de duik daardoor ook. Alles bij elkaar zijn we niet onder de indruk van het Great Barrier Reef.

Na de speech van Darren nemen we van iedereen afscheid en zoeken de camping op. Jan en Gerda eten op de camping en Truus en ik gaan uit eten.

In Airlie Beach

 

Vandaag nemen we er een rustdag. Truus ligt bij het zwembad. Jan en Gerda wandelen en zien onderweg een slang en ik lees in de schaduw bij de tent. Dankzij de prednison heb ik geen last van de zon, maar voorkomen is beter dan genezen.

's Middags doen we boodschappen, e-mailen en dan is de dag al weer voorbij.

Op de camping zitten veel dieren. Possums (brushtail en bruine), vliegende honden, kalkoenen en wallibies. Ze zijn brutaal en we houden ons eten goed in de gaten.

Vooral Truus heeft last van stekende insecten en krijgt jeuk met grote bulten. Ze slaapt dan ook slecht.

 

 

Townsville

 

In Townsville hebben ze een groot zoutwater aquarium. Met een vrijwillige gids krijgen we een rondleiding op het dak. Het water uit de aquaria worden door grote bakken met algen geleid. Hier wordt onder invloed van zonlicht voedingsstoffen uit het water gehaald en gezuiverd en is het geschikt voor het koraal. In kleine kooien zitten schildpadjes voor onderzoek. Later worden ze uitgezet.

In een grote zaal kijken we naar een film over het koraalrif. Het zijn prachtige opnamen en als slot schuift het filmdoek weg en kijken we in het grote aquarium. Het heeft een mooi opgebouwd koraal rif en het bijzondere is dat het allemaal leeft.

Het is voedertijd voor de haaien en vol aandacht kijken we ernaar. Van boven worden vis en garnalen in het water gegooid. De schildpad en alle vissen vliegen er op af en gaan eten. Alleen de haaien negeren het. Die wachten tot de resten op de bodem liggen en beginnen dan te eten. Zo lijken het meer aaseters dan roofvissen.

De vrouwtjes haaien hebben littekens op hun lichaam. Dat komt door de paring waarbij de mannetjes de vrouwtjes bijten. In Townsville zijn zeldzame opnamen van het paren van haaien gemaakt!

In de winkel kopen we een paar mooie visboeken en Truus is het zat. Ze heeft slecht geslapen en is moe.

We gaan naar een camping aan zee. Als we de tent op gaan zetten stuur ik Truus naar het zwembad. Als de tent staat loop ik ook naar het zwembad. Truus is wat opgeknapt door het frisse water en heeft daardoor minder last van de jeuk.

 

 

Cairns

 

We zijn van plan om via het Tableland in twee dagen naar Cairns te rijden. Truus wil graag meteen naar Cairns. Daar regelen we het duiken en maken morgen een dagtocht naar het Tableland. We besluiten het zo doen.

Terwijl Jan en Gerda hun vlucht naar Darwin regelen, informeren Truus en ik naar het duiken. Op een terras bespreken we de mogelijkheden. Morgen maken we een rondrit en daarna gaan we duiken.

De camping bij Crystal Cascades is rustig, mooi, groen, ruim opgezet en met een tropische sfeer. We zetten de tenten naast de overdekte keuken en hebben zo meteen genoeg plek op spullen droog neer te zetten. Door de bergen landinwaarts regent het hier namelijk bijna iedere dag wel even.

 

 

Cairns, rondrit Tableland

 

Truus is vanochtend moe en heeft geen zin om mee te gaan naar het Tableland. Bovendien heeft ze het allemaal al gezien. Ze blijft op de camping bij het zwembad. Als ze naar Cairns wil neemt ze wel een taxi.

Via een steile weg rijden we naar boven naar Kuranda. Ik verwacht daar het Tjapukai Dance Theatre, waar aboriginals optreden, maar dat is verhuist naar Cairns.

De markt zit dicht, maar er staan verspreid nog genoeg kramen en stalletjes. In de vlindertuin bewonderen we grote, levende exemplaren, maar ze hebben ook een verzameling opgezette.

Barronfalls is een mooie waterval. Vanaf een uitzichtpunt zien we hem in z'n totaal. Jammer dat we niet dichtbij kunnen komen.

In Malanda wordt Jan voor de tweede keer deze week aangehouden. De eerste keer reed hij 124km ipv 100km. Jan speelde de onschuld en liep de boete van A$150,- mis. Deze keer rijdt hij 69 ipv 60. De boete is dan A$95,-. Jan moet in een pijpje blazen voor alcohol gebruik. Als daar niets mis mee is, moeten we een vast adres opgeven in AustraliŽ. Dat hebben we niet en dat maakt het uitschrijven van de bekeuring lastig en we mogen doorrijden.

Bij Malanda zwemmen we in het water onder de waterval. Je kunt amper tegen de stroom in zwemmen en het water is bruin door de overvloedige regenval die modder meesleurt. We eten daar en een kalkoen houdt ons gezelschap in de hoop dat hij ook wat krijgt (en dat lukt).

De Curtain Figtree omhelst met zijn lange luchtwortels andere bomen en ook daar voeren we de kalkoen. De terugweg naar Cairns loopt over een lange slingerweg naar beneden. We genieten van het uitzicht en de rust.

 

 

Cairns, 1e duikdag

 

Met een grote, snelle boot varen we naar Norman Reef. Er is genoeg ruimte en ik zoek een plek in de schaduw. De laatste dagen heb ik weer meer last van zonneallergie. Niet dat het erg is, maar mijn handen en nek zijn rood en gevoelig.

Op de boot van Deep Sea Divers is alles perfect georganiseerd. Goed eten, veel personeel, ze letten goed op de veiligheid en na de duik laat je het vest aan de fles zitten. Ze vullen hem met een lange slang.

De eerst duik is leuk. Het zicht is net als bij de Whitsundays niet geweldig, maar door de zon komt er meer licht en kleur op het rif.

Bij de tweede duik op het Saxon Reef (Twin Peaks) zien we een grote barracuda, drie schildpadden en mooi koraal rond de twee toppen. In het zand ligt een white tip die we tot op een paar meter benaderen. Dan voelt hij zich bedreigd en is met een paar slagen verdwenen. Truus maakt hier in twee duiken meer foto's dan op de hele trip bij de Whitsundays.

Na terugkomst boeken Truus en ik nog drie duikdagen. We krijgen uiteindelijk A$75,- korting en zeggen dat we met onze eigen uitrusting duiken. We hopen dat ze morgen op de boot niet moeilijk doen over het vest en de vinnen.

Jan en Gerda willen de omgeving zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

Cairns, 2e duikdag

 

Jan brengt ons 's morgens naar de boot. Zij gaan vandaag naar het Tjapukai Dance Theatre. Naast het dansen is er tegenwoordig ook een tentoonstelling en een kruidentuin. Hierdoor krijgt het overeenkomsten met Dream Time.

Bij de duik op de punt van Norman Reef zien we een grote murene en veel naaktslakken, naast andere leuke onderwerpen. De tweede duik is op hetzelfde rif bij Sandra's.

Met een taxi rijden we terug naar de camping. Onderweg worden we aangehouden en de chauffeur moet blazen. Alcoholgebruik veroorzaakt veel (ernstige) ongelukken in het verkeer.

 

 

Cairns, 3e duikdag

 

Jan en Gerda brengen ons weer naar de boot en gaan daarna naar Port Douglas.

De duiken op Norman en Saxon Reef zijn leuk. We genieten van het bekende onderwaterleven.

's Avonds op de camping stapt Truus bijna op een groene slang van ca. 1,80m. We melden het aan de beheerders. Volgens hen is het een treesnake en is hij niet giftig. Door met een stoel achter de slang op de grond te stampen jagen ze hem weg. Als ze daarbij zijn staart raken reageert de slang agressief (en terecht) en klimt in een boom. Daaronder staat de tent van een echtpaar uit Perth. Als ze later thuiskomen zeggen maar niets tegen ze.

 

 

Cairns, 4e duikdag

 

Jan en Gerda doen het vandaag rustig aan en wij duiken voor het laatst.

Op het Norman Reef zien we veel roggen en mooie naaktslakken. Een grote donkere zwemt als een Spaanse Danseres. Bij de tweede duik zien we weer schildpadden en een white-tip.

 

 

Cairns, vertrek Jan en Gerda

 

's Ochtends brengen we Jan en Gerda naar het vliegveld. Ze gaan vandaag naar Darwin, overnachten daar en vliegen morgen naar Amsterdam. Wij vertrekken morgen.

Deze laatste dag rijden we naar Port Douglas waar we bij het strand picknicken. Eigenlijk doen we niet zoveel.

Op de terugweg rijden we naar Crystal Cascades, een waterval.

 

 

Vertrek naar Amsterdam

 

De spullen pakken we in de auto. De tent laten we staan, want die is "op".

Op het vliegveld kom ik er achter dat je de auto daar niet in kunt leveren. Na een telefoontje mag ik hem op de parkeerplaats zetten. Het verhuurbedrijf haalt hem daar wel op.

We brengen de tijd door met naar souvenirs kijken in de taxfree winkel en koffie drinken. Ik ben blij als eindelijk de terugreis begint.

In Amsterdam wachten Chris/Marjolijn en de ouders van Truus ons op.

 

 

bovenkant pagina

 

duikvakanties††††† fietsvakanties